10 dingen die elke fietser moet weten

Fietsen es fietsen” zei de vrouw van Gerard ooit in Man Bijt Hond. Toch neem je best enkele tips in gedachten als je je op de baan waagt. Sommigen lijken vanzelfsprekend, maar toch kan het geen kwaad om ze nog eens op een rijtje te zetten!

 

10. Je achterste

Soms zie je het, iemand die een onderbroek draagt onder z’n wielerbroek. Of je hoort het vertellen, en dan denk je ‘waarom?’. Want in alle wielerbroeken zit een gewatteerde zeem dat speciaal gemaakt is om rechtstreeks op de huid te dragen.

Akkoord, de eerste keer dat je een wielerbroekje – zonder onderbroek – aantrekt, voelt vreemd aan. Maar dit duurt hoogstens een paar minuten. Doe je er toch een onderbroek onder aan, dan zal je veel last ondervinden. Tot blaren toe!

 

9. Platte band

Wanneer je een lekke band rijdt, ben je misschien snel geneigd om je smartphone te nemen en iemand te bellen om jou te komen depanneren. Wat later breng je je fiets dan de fietsenmaker en binnen de kortste keren rij je weer op de baan. En toch ben je sneller weer onderweg als je je band zelf vervangt.

Het is echt niet zo moeilijk. De eerste keer zal het wat zoeken zijn, maar daarna wordt het kinderspel.

Belangrijk, wanneer je gaat fietsen heb je altijd volgende zaken mee:

  • fietspompje
  • bandenlichters
  • 2 reserve binnenbanden

fietsband vervangen

Wanneer je dan een platte band rijdt, haal je het wiel van je fiets. Met de bandenlichters trek je je buitenband los van je wiel en haal je zo makkelijk de binnenband eruit. Controleer altijd je buitenband op scherpe voorwerpen. Je bent nu eenmaal lek gereden, en de boosdoener zit misschien nog in je buitenband!

Pomp lichtjes je nieuwe binnenband op en plaats het in je buitenband. Vervolgens zet je met behulp van je bandenlichters opnieuw je buitenband vast in je wiel. Pomp daarna je binnenband volledig op.

En je bent weer vertrokken!

 

8. Rijden tegen de wind

Wanneer je in groep rijd, en er komt wind opzetten, blijf dan zo dicht mogelijk bij de fietser voor je rijden. Komt de wind van links, plaats dan je voorwiel meer aan de rechterkant van de fietser voor jou en omgekeerd.

Maak goed gebruik van je versnellingen en hou een goed tempo aan. Tegen de wind rijden lijkt wat op klimmen, vergaloppeer je dus niet!

Tip: start je fietstocht altijd tegen wind, zo heb je wind mee als je huiswaarts keert.

 

7. Eten en drinken

Voor rustige ritjes van minder dan 2 uur hoef je niet speciaal iets te eten. Neem wel altijd een gel of een koekje mee, in het geval je een slechte dag hebt.

Voor langere ritten steek je steevast een energiereep, fruit of andere dingen die je graag eet onderweg. En dit vanaf 1,5 uur training. Vergeet ook niet voldoende te drinken! Maak er een gewoonte van om elke 10 – 15 minuten te drinken.

 

6. Gebruik je versnellingen

Wanneer je te veel je schouders gebruikt Рdoor hard aan je stuur te trekken Рom vooruit te geraken op je fiets, dan schakel je best een tandje kleiner. Het maakt niet uit hoeveel versnellingen  je precies hebt op je fiets. Of het er nu 10 of 33 zijn. Wat wel uitmaakt is dat je ze goed gebruikt.

 

5. Kuis je fiets

Het ideale scenario is dat je je fiets na elk ritje toch eens afkuist. Op het eerste zicht lijkt je fiets niet vuil, maar stof kruipt overal, en vooral waar het niet moet kruipen: tussen je versnellingen, je schakels,… Vergeet ook na het kuisen je ketting niet opnieuw in te vetten.

Tip: Wanneer je je ketting insmeert (meestal met een spuitbus) doe dit dan niet langs de bovenkant van je ketting, maar langs de onderkant (de binnenkant). Want daar raakt je ketting de tandwielen.

fiets kuisen

 

4. Tijd

Fietsen neemt tijd in beslag. Zowel tijd voor je fietsritje zelf als tijd om te verbeteren. En hoe beter je wordt, hoe verder (en langer) je fietstochtje duurt. Ook hier geldt dus dat je vooral tijd moet maken.

Stel voor jezelf een doel voorop. Dat kan een wedstrijd of evenement zijn. En werk daar naartoe. Of spreek af met een groep, maak je lid van een club,… Die sociale druk zorgt er dan misschien voor dat je tijd maakt.

 

3. Plooi je ellebogen

Wanneer je fietst met gestrekte ellebogen, vangen je nek en schouders alle schokken van de weg op. Met als resultaat dat je nek- of schouderpijn krijgt. Voor deze pijn te wijten aan je fiets, probeer eens je ellebogen te plooien. Hou er wel rekening mee, dit vraagt wel even tijd om gewoon te worden, maar je nek- en schouderpijn smelten als sneeuw voor de zon!

fietsen met geplooide ellebogen

 

2. Zo klim je best

Eerst even dit: iedereen ziet af tijdens een klim. Zoals Robert Miller ooit zei:

The best climbers are not the ones who can climb the best , but the ones who can suffer the most.

Het belangrijkste is om je eigen tempo te vinden en aan te houden. Ook op de juiste momenten schakelen naar de juiste versnelling biedt extra comfort. De enige manier om beter te worden in klimmen, is door te klimmen.

Tip: wanneer je van je zadel komt om te klimmen, schakel een tandje bij om dezelfde tred te houden. En wanneer je dan weer gaat zitten, schakel je weer een tandje lichter.

 

1. Kijk omhoog

Tijdens het fietsen komt het erop aan je blik vooruit te houden. Wanneer je steeds naar beneden kijkt, en je de witte strepen voorbij ziet komen, kan het gebeuren dat je duizelig wordt. Kijk dus waar je naartoe gaat, en niet rondom jou. Zo vermijd je botsingen of lekke banden. Je voelt ook meteen dat je steviger op je fiets zit met je blik vooruit!

 

Uiteraard zijn er nog heel wat andere dingen. Heb je nog vragen? Stel ze gerust aan je fietsvrienden of leden van je club. Ze beantwoorden deze met plezier en voelen zich zo wel belangrijk ;-) Je mag ook altijd binnen springen in onze winkel >